Onze plannen: De Kungsleden lopen!

Toen we deze blog zo’n 4 jaar geleden begonnen, schreven we al eens dat het ons geweldig leek om de Kungsleden (Kings trail) in noord Zweden te gaan lopen. Dit jaar is het dan eindelijk zo ver! Het gaat gebeuren! Over een aantal weken vertrekken we naar noord Zweden om daar in pure, rauwe wildernis te hiken en kamperen. We zijn al druk bezig met de voorbereidingen, en zullen je daarin de komende artikelen over op de hoogte houden.

Waarom gaan we hem dit jaar lopen?

Stiekem wilden we dit pad eigenlijk vorig jaar al lopen. We liepen eerst de Dingleway in Ierland, een pad met prima afstanden, wat klimmetjes maar ook fijne bed&breakfasts om te overnachten. Dit was een instapper voor ons om meer “veeleisende” wandelingen aan te durven. De Kungsleden is namelijk wel next level. Niks beschaafde wereld, maar elke dag 1 berghut waar je langsloopt. Geen bereik op je mobiel. Weinig plekken om onderweg te kunnen eten of een drankje te doen, behalve dan het water wat je uit de beekjes kunt drinken. Maar zeg nou zelf, misschien is dat nog wel beter dan een terrasje ;).

Maar ik dwaal af met het verhaal. Dit jaar de Kungsleden dus. De Dingleway was goed gegaan, dagen van 24-25 kilometer wandelen hadden we goed volbracht. En niet te vergeten: een klim van zo’n 650 meter hebben we levend kunnen volbrengen. Goede ervaring om de Kungsleden aan te kunnen gaan. Vorig jaar (2020) konden we helaas niet naar Zweden vanwege Covid-19, dus dit is het jaar dat we wel de Kungsleden gaan hiken.

Beste periode om de Kungsleden te lopen

De Kungsleden is een pad wat door noord Zweden loopt, boven de poolcirkel. Je kunt er dus wat pittige weersomstandigheden verwachten. In de winter ligt er een dik pak sneeuw. In juli wordt je geteisterd door irritante muggen die je lek prikken, dat is in ieder geval wat we overal lezen.

Wil je de route te voet afleggen, dan is de periode juni – september de enige periode. Begin juni kan het voorkomen dat er nog sneeuw op het pad ligt, en is de route dus niet echt begaanbaar. Tot half september is het laatste moment dat wordt aangeraden de Kungsleden te wandelen, daarna zijn de berghutten niet meer bezet en kun je onderweg dus geen eten meer kopen of overnachten in een hut (alleen bij noodweer kun je er dan nog schuilen). Dit komt vooral omdat na die periode de temperaturen snel dalen en de dagen ook snel korter worden.

De route van de Kungsleden

De Kungsleden kan twee kanten opgelopen worden. Het pad bevindt zich tussen Abisko in het noorden en het zuidelijker gelegen Hemavan. De totale afstand is 425 kilometer waar gemiddeld zo’n 30 dagen over gedaan wordt.

Voor ons is het helaas niet mogelijk om de gehele Kungsleden te lopen. We hebben daarom besloten om alleen het bovenste (noordelijkste) gedeelte te lopen. Van Abisko naar Singi lopen we over het officiële Kungsledenpad, daarna slaan we af richting de bewoonde wereld: Nikkaluokta. In totaal lopen we zo’n 106 kilometer, waar we onszelf maximaal 7 dagen de tijd voor geven.

Dit gedeelte van de route kenmerkt zich door poolcirkel landschap, bijna geen begroeiing, en dus ook geen beschutting tegen harde wind, regen of hagel/sneeuw. Ook is hier geen mobiel bereik. De gps op de mobiel doet het nog wel, maar iemand appen of bellen zit er niet in.

Hoe komen we bij Abisko om de Kungsleden te beginnen?

We beginnen onze trektocht in Abisko, het meest noordelijke punt op de Kungsleden. We vliegen naar Stockholm waar we vervolgens een nachttrein nemen naar Abisko Turiststation. Deze trein doet er zo’n 18 uur over om +/- 1.300 kilometer af te leggen. Het schijnt een van de mooiere treinreizen van Europa te zijn, dus we gaan het beleven!

Je hebt de optie om een zitplek te boeken of een slaapplek. Een slaapplek kan in een gedeelde coupe voor maximaal 6 personen of een privé coupe voor max. 3 personen. Zelf hebben we gekozen voor een zitplek. We willen zoveel mogelijk van de mooie route zien, en slapen sowieso niet goed in een trein. Daarom hebben we besloten hierop geld te besparen en vervolgens een overnachting in Abisko te nemen om goed uitgerust op pad te gaan.

Andere optie:

Er is nog een tweede manier om Abisko te bereiken, en dat is vliegen. In de nabijgelegen plek Kiruna is een vliegveld wat te bereiken is vanaf Stockholm airport. Dit zou er voor kunnen zorgen dat je een stuk minder tijd kwijt bent om te beginnen aan je mooie trektocht. Vanaf Kiruna is er vervolgens een trein richting Abisko Turiststation vanwaar de trektocht begint.

Overnachten op de Kungsleden: berghutten vs. tent

We kiezen dus voor een luxe begin met een fijne overnachting in Abisko om goed uitgerust op pad te gaan. Maar dat is pas het begin. Hoe zit het de rest van de wandeling?

Aangezien de route door onbewoond gebied loopt, zijn er maar twee opties voor het overnachten: slapen in de berghutten of (wild)kamperen in een tent.

Optie 1: overnachten in de berghutten

De berghutten liggen op een goede afstand van elkaar zodat je elke dag van hut naar hut kan lopen. Verwacht hier niet de luxe die je misschien gewend bent vanuit Oostenrijk of Zwitserland. De berghutten op de Kungsleden zijn sober en basic. Je kunt er eten koken, maar zult wel zelf water moeten halen en hout moeten hakken. Wel is er vaak een sauna aanwezig en een (kleine) supermarkt met basic (gedroogd) voedsel, snacks en andere essentials (denk pijnstillers, gas, tandpasta etc.). En natuurlijk een bed, niet te vergeten, misschien wel de nummer 1 reden om voor deze optie te kiezen! Verwacht geen warme luxe douches waar je een uur onder kunt staan, maar koude douches (of met warm water opgewarmd door de sauna) en een compost toilet. Oja, in de hutten is vaak geen elektriciteit aanwezig, dus zorg voor een goede powerbank!

Wil je graag overnachten in de hutten? Dan is het raadzaam om deze van te voren te reserveren (en betalen). Dit kan via de Svenska Turistföreningen (zweedse toeristenvereniging).

Optie 2: Wildkamperen

Wildkamperen mag gelukkig in Zweden (wil je meer weten, google dan eens op Allemansräten). Je mag dus overal langs de Kungsleden je tentje opzetten, maar let er wel even op dat dit niet pal naast het pad (/op het pad) of naast een rivier of beekje is. En natuurlijk: alles opruimen! Leave no trace is hier echt van toepassing. Een gat graven voor je grote behoefte dus, en WC papier begraven of meenemen. Wat we hebben gelezen is dat je je afval bij de hutten kunt weggooien. Doe dit dus ook, want dat houdt het pad mooi schoon voor de volgende wandelaars die ook graag van de natuur willen genieten.

Een tweede mogelijkheid met kamperen is om je tent op te zetten bij 1 van de berghutten. Op deze manier kun je gebruik maken van de faciliteiten die de hutten bieden (koken, douchen, toilet, sauna) maar kost het je een stuk minder dan er ook daadwerkelijk overnachten. Wel is deze ervaring minder “in je eentje in de natuur overleven” natuurlijk. Het is maar net wat je fijn vindt ;).

Wat wij gaan doen?

Zelf kiezen we voor optie 2: wildkamperen! Het liefst dan ook echt in het wild, dus niet bij 1 van de hutten, maar het is fijn om te weten dat die optie er wel is.

Waarom we voor deze optie kiezen? Ten eerste omdat 1 van de hutten al vol was en we het een beetje onzinnig vonden een tent mee te slepen voor maar 1 overnachting. Hoe langer we er over nadenken, hoe meer we ook voelen dat dit de juiste manier voor ons is. Wildkamperen stelt ons in staat om ons eigen ritme te bepalen. Voelen onze benen goed en hebben we een lekker ritme te pakken, dan lopen we wat meer die dag. Zijn we moe of is het weer slecht, dan kan het zo maar zijn dat we na 10 kilometer de tent alweer opzetten en lekker een boek gaan zitten/liggen lezen. Daarnaast is dit natuurlijk wel de ultieme uitdaging: met alles wat je nodig hebt op je rug rondtrekken door de echte wildernis.

Deze optie betekend wel veel meer spullen meeslepen: een tent, eten, gasbrander, pannetje om in te koken etc. Benieuwd naar onze paklijst? Deze delen we in het volgende artikel! 🙂